Terwijl de Europese Centrale Bank de rente dit jaar meerdere keren verhoogde, tot 2,50 procent in september, doen ING, ABN AMRO en Rabobank daar amper iets mee. Bij de grootbanken krijg je nog steeds tussen de 1,25 en 1,50 procent op een gewone spaarrekening. Geen wonder dat steeds meer Nederlanders hun geld ergens anders neerzetten. Uit berichtgeving van NOS blijkt dat het Nederlandse spaargeld bij banken in andere eurolanden inmiddels is opgelopen tot ruim 21 miljard euro, een stijging van meer dan een kwart ten opzichte van begin vorig jaar. Wie nog steeds alles op een NL-rekening laat staan, laat structureel rendement liggen.
Nederlandse banken lopen jaren achter op de rente
De ECB-depositorente werkt als een soort bodem: banken kunnen daar zelf geld stallen, dus ze bieden hun klanten in theorie minstens zoveel om spaargeld binnen te houden. In de praktijk werkt dat mechanisme bij de grootbanken nauwelijks. ING en ABN AMRO zitten al langer vast op zo'n 1,25 procent, Rabobank op 1,50 procent, terwijl de ECB inmiddels 2,50 procent rekent. Dat verschil van een vol procentpunt loopt op tegen de inflatie, die in de eurozone in augustus nog op 3,3 procent stond. Wie zijn geld puur op een Nederlandse spaarrekening laat staan, ziet de koopkracht ervan dus geleidelijk wegsmelten. Wil je dit structureel aanpakken, kijk dan ook eens naar wat kleinere Nederlandse banken bieden, want ook binnen Nederland is er meer rentespreiding dan je zou denken.
Steeds meer spaargeld verdwijnt naar het buitenland
Het patroon is inmiddels een terugkerend verhaal bij De Nederlandsche Bank. In 2021 stond er nog zo'n 5,6 miljard euro van Nederlandse huishoudens op buitenlandse eurorekeningen, in 2023 was dat al verdubbeld naar 10,5 miljard, en de teller staat nu op ruim 21 miljard euro. Het aandeel buitenlands spaargeld is daarmee voor het eerst boven de 3 procent van het totale Nederlandse spaartegoed gekomen. Nog altijd bescheiden, maar de groeisnelheid is opvallend: Nederlandse banktegoeden in andere eurolanden zijn de afgelopen vijf jaar bijna vervijfvoudigd, terwijl het spaarsaldo bij Nederlandse banken in diezelfde periode maar met een paar procent toenam. Duitsland en Italië zijn al jaren de populairste bestemmingen, gevolgd door Spanje en Estland.
Hoe werkt zo'n buitenlandse spaarrekening precies
Je hoeft er geen buitenlandse bankpas voor uit je portemonnee te halen. De meeste mensen openen een spaarrekening bij een Europese bank via een spaarplatform dat als tussenpersoon optreedt: je vult eenmalig je gegevens in, kiest een bank uit het aanbod en zet je geld over via je eigen Nederlandse rekening. Je beheert alles vanuit één overzicht, terwijl het geld daadwerkelijk op naam bij de buitenlandse bank staat. Omdat het meestal om banken binnen de eurozone gaat, loop je geen wisselkoersrisico. De rentes liggen op dit soort rekeningen doorgaans tussen de 2 en 3,3 procent, en voor deposito's met een langere looptijd kun je zelfs richting de 3,75 procent gaan.
Is je geld wel veilig bij een buitenlandse bank
Dit is de vraag die de meeste mensen tegenhoudt, en die is terecht. Het antwoord is echter geruststellender dan veel mensen denken. Binnen de Europese Unie geldt voor elk land een gelijkwaardig depositogarantiestelsel: gaat een bank failliet, dan krijg je tot 100.000 euro per rekeninghouder per bank terug, net als in Nederland. Dat bedrag wordt uitgekeerd door de toezichthouder van het land waar de bank gevestigd is, niet door DNB. Kies je voor meerdere banken in plaats van één grote som bij één instelling, dan spreid je dat risico bovendien verder.
Waar je op moet letten voordat je overstapt
Rente in het buitenland stallen is geen kwestie van simpelweg het hoogste percentage kiezen. Check eerst of de bank echt onder het Europese depositogarantiestelsel valt, en niet onder een lokale variant met minder waarborgen. Let ook op de looptijd: bij een vast deposito kun je vaak niet zomaar tussentijds bij je geld, terwijl een vrij opneembare rekening iets minder rente oplevert maar wel flexibel blijft. En vergeet de fiscale kant niet: ook buitenlands spaargeld telt gewoon mee in box 3, dus je moet het netjes opgeven bij de belastingaangifte. Twijfel je hoeveel daarvan überhaupt belast wordt, dan is het slim om even te kijken hoeveel box 3-belasting je mogelijk kunt terugkrijgen, want het heffingsvrije vermogen ligt in 2026 op 59.357 euro per persoon.
Wat dit betekent voor jouw spaarpot
Je hoeft niet meteen je hele buffer over te hevelen naar een bank in Duitsland of Italië. Begin klein: zet een deel van je spaargeld, bijvoorbeeld het bedrag dat je de komende jaren toch niet nodig hebt, apart op een buitenlandse rekening met een hogere rente. Combineer dat met de rest van je bespaarplan, van een jaarlijkse check van je vaste lasten tot het vergelijken van je energiecontract. Het verschil tussen 1,25 en 3 procent rente lijkt op papier klein, maar op een buffer van 20.000 euro scheelt dat al gauw enkele honderden euro's per jaar, geld dat nu simpelweg bij de grootbanken blijft liggen.